MENSENFILM

Ik kan niet tegen mensenfilms. In mensenfilms gaan aardige mensen dood. Ze krijgen een ziekte of gaan ten onder in een echtscheiding. Ik vind dat aardige mensen voor ellende gespaard moeten worden, zeker in films. Het leven is al hard genoeg voor aardige mensen. Ik kijk niet naar films om het echte leven te zien.

In de typische mensenfilm krijg je eerst de tijd van de mensen te gaan houden. Een leuk gezinnetje viert bijvoorbeeld kerstfeest. Daar wordt gedurende 10 minuten op voortgeborduurd. Sneeuwballen gooien, pleistertje plakken, oma bellen, verhaaltje vertellen. Dat wordt doorsneden met een grote vrachtwagen die over een weg raast. Het fatale moment nadert.

Een variant: pa vergezelt de kinderen naar zwemles en moeder bereidt het eten. Ze klapt tevreden de oven dicht, pa start de auto. Ma steekt kaarsen aan, onder aanvoering van pa zingen de kinderen liedjes op de achterbank. De auto rijdt door een tunnel. Dat is een erkend dramatische plek, met dank aan Diana. Maar in een mensenfilm is de pijn nooit kort en heftig. Makers van mensenfilms hebben trucjes van de tandarts afgekeken. Ma zet een plaatje op, pa komt stil te staan voor een stoplicht. Het onheil nadert, het schuilt in duistere hoeken. Ma knoopt haar schortje los, ze kijkt tevreden naar al die warme gezelligheid. En dan stormen twee straatboeven op de auto van pa af. Hij wil de kinderen beschermen en grijpt naar het pistool, de slechte mannen raken in paniek en...

Ik vlucht altijd in een tijdschrift als het slechte nieuws wordt gebracht – door een begripvolle rechercheur, een sympathieke buurvrouw of een meelevend familielid. Dat is de scène die ik het meest haat (‘NOOOO!!’ staat er dan in het script). De ellende komt op dat moment te dichtbij. Ik heb zelf ook een voordeur, een bel, en mensen die me dierbaar zijn.

Vervolgens begint het verwerkingsproces. En natuurlijk gaat de vrouw eroverheen komen, maar dat kost tijd. Het zijn de lievelingsscènes van de componist. Mantovani is er helemaal op binnengelopen. Ma kijkt uit over een sneeuwvlakte, ze staart in donker water. Nadat de mensenfilm de ongewenste realiteit akelig dicht genaderd is gaat de toverstaf over het celluloid leven heen. Er is altijd een prins met een paard. Er is altijd een nieuwe liefde. Er is altijd victorie.

Ik keek met drie vrouwen naar een mensenfilm. Ze zagen het noodlot lankmoedig naderen, ze putten hoop uit de positieve plotwending. En soms zaten ze met z’n drieën te snotteren. Dat vond ik leuk, dan kon ik ze een beetje uitlachen, dan kon ik de tranen in mijn ogen ook sneller wissen. Maar mijn finest hour begon pas na The End. Dan liet ik de film nog even voortduren. De atleet die op één been wereldkampioen schansspringen was geworden gleed in de badkamer fataal uit over een stuk zeep. De vrouw die tijdens de speurtocht naar de moordenaars van haar kinderen verliefd was geworden op de inspecteur werd Jehova’s getuige. Dat extra lijntje vonden die vrouwen wel leuk bij een film met een open einde, maar niet als het goed afliep. Begrijpelijk. Eigenlijk vond ik ook dat het leven als het happy end van een mensenfilm zou moeten zijn.